Home > Specialisaties > Invordering

Invordering

Opgelegde belastingaanslagen moeten in principe betaald worden. Binnen de Belastingdienst is de Ontvanger daarmee belast. Het merendeel van alle aanslagen moet door de belastingschuldigen worden voldaan binnen de gestelde betalingstermijn, vaak 14 dagen, 1 maand of 2 maanden.

Blijft betaling binnen de betalingstermijn uit, dan zal de Ontvanger over gaan tot invordering van de belastingschuld. De Invorderingswet 1990 biedt de Ontvanger daarvoor de nodige middelen: van het aanmanen tot het uitvaardigen van dwangbevelen en het leggen van beslag. De bevoegdheden van de Ontvanger zijn vergaand. Zo hoeft de Ontvanger niet in rechte een executoriale titel te halen maar kan hij die zelf uitvaardigen (het dwangbevel). De betekening van het dwangbevel wordt gedaan door de eigen belastingdeurwaarder. De Ontvanger kan vrij eenvoudig bij personen en instellingen, die geld verschuldigd zijn aan de belastingschuldige, een vordering doen tot voldoening van de belastingschuld.

Mocht het invorderen van de belastingschuld bij de belastingschuldige niet lukken, kan de Ontvanger onder omstandigheden derden aansprakelijk stellen. Vaak wordt in een dergelijk geval de bestuurder of de opdrachtgever voor de belastingschuld aansprakelijk gesteld. In het kader van de zogeheten ketenaansprakelijkheid zijn aannemers en onderaannemers die zich in de keten van de uitvoering van het werk bevinden in beginsel hoofdelijk aansprakelijk. Hetzelfde geldt voor inleners van werknemers in het kader van de zogeheten inlenersaansprakelijkheid.

Tegen deze vergaande bevoegdheden is een goede rechtsbescherming essentieel. Jaegers & Soons kan u die rechtsbescherming bieden. Een combinatie van kennis van het civiele recht, het bestuursrecht en het fiscale recht is noodzakelijk om adequaat te kunnen reageren op de invorderingsmaatregelen van de Ontvanger. Zo kunnen wij voor onze cliënt uitstel van betaling bewerkstelligen en met de Ontvanger een betalingsregeling afspreken. Indien belastingschuldige onverhoopt niet bij machte is de aanslag te betalen, begeleiden wij het verzoek om kwijtschelding van de belastingschuld. Tot slot kunnen wij voor de cliënt, die niet in aanmerking komt voor uitstel en/of kwijtschelding, een verzetprocedure starten tegen de tenuitvoerlegging van het dwangbevel, door het uitbrengen van een dagvaarding aan de Ontvanger. Het is dan uiteindelijk de Rechter die een oordeel geeft over de handelwijze van de Ontvanger.